ECLI:NL:RVS:2025:2828
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging en niet voortzetten procedure
De RDW legde aan [bedrijf] betalingsverplichtingen op voor 24 voertuigen. Na bezwaar verklaarde de RDW deze bezwaren ongegrond. De rechtbank Midden-Nederland verklaarde het beroep van [bedrijf] ongegrond en kende een schadevergoeding toe. Tegen deze uitspraak stelde [appellant] namens [bedrijf] hoger beroep in, maar zonder een toereikende machtiging.
Kort voor de zitting trok [appellant] zich terug als gemachtigde. De Afdeling bestuursrechtspraak stelde [bedrijf] in de gelegenheid om de procedure voort te zetten en het hogerberoepschrift voor haar rekening te nemen, maar [bedrijf] reageerde niet. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De Afdeling oordeelde dat zonder machtiging en zonder voortzetting van de procedure het hoger beroep niet ontvankelijk is. De RDW hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 25 juni 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een toereikende machtiging en het niet voortzetten van de procedure door [bedrijf].