ECLI:NL:RVS:2025:2813

Raad van State

Datum uitspraak
25 juni 2025
Publicatiedatum
25 juni 2025
Zaaknummer
202503448/2/V2
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen bij besluiten van 3 november 2024 en 19 januari 2025. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 12 juni 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Verzoeker ging in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter van de Raad van State om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter overweegt dat het hoger beroep nader onderzoek vereist en dat de procedure voor de voorlopige voorziening zich daarvoor niet leent. Daarom wordt besloten een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter bepaalt dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, bestaande uit kosten voor door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M. Willems, in aanwezigheid van griffier S.P.M. Zwinkels, en uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.

Uitspraak

202503448/2/V2.
Datum uitspraak: 25 juni 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's­-Hertogenbosch, van 12 juni 2025 in zaak nr. NL24.43999 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 3 november 2024, aangevuld bij besluit van 19 januari 2025, heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 12 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.
2.       Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Daarom treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat verzoeker niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S.P.M. Zwinkels, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. Zwinkels
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2025
309-1088