ECLI:NL:RVS:2025:2774
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 19 december 2024 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het daaropvolgende beroep van appellant op 18 april 2025 ongegrond. Appellant stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure informeerde de minister dat appellant met onbekende bestemming was vertrokken en dat zijn gemachtigde geen contact meer met hem had. De Afdeling concludeerde hieruit dat appellant geen bescherming meer in Nederland zoekt en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van het hoger beroep.
Op grond hiervan verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees zij het verzoek om proceskostenvergoeding af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 23 juni 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.