ECLI:NL:RVS:2025:2615
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen besluit instemming saneringsplan bodemverontreiniging Nieuwe Vaart 11
Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland heeft op 19 april 2021 ingestemd met een saneringsplan voor het perceel Nieuwe Vaart 11 in ’s-Gravenzande, waar ernstige bodemverontreiniging aanwezig was. Het saneringsplan voorzag in het aanbrengen van een één meter dikke leeflaag om de risico’s te beperken. Dit plan is inmiddels uitgevoerd.
De appellant, wonend nabij het perceel, betoogde dat het saneringsplan onvoldoende is om de risico’s van bodemverontreiniging weg te nemen en vreest dat verontreinigd hemelwater zijn tuin kan bereiken. Hij verzocht het college het besluit in te trekken om een verdergaande sanering af te dwingen, maar dit verzoek werd afgewezen. Tegen deze afwijzing stelde appellant beroep in.
De Raad van State oordeelde dat de Wet bodembescherming (Wbb) geen algemene bevoegdheid biedt om een onherroepelijk besluit tot instemming met een saneringsplan in te trekken. Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding zijn voor een nieuw saneringsplan, maar niet voor intrekking van het oorspronkelijke besluit. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en hoeft het college geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot instemming met het saneringsplan is ongegrond verklaard.