ECLI:NL:RVS:2025:2586
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over uitstel van vertrek en toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Betrokkene had een aanvraag ingediend om uitstel van vertrek te verkrijgen op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, welke aanvraag door de staatssecretaris buiten behandeling werd gesteld. Na bezwaar en beroep vernietigde de rechtbank dit besluit en bepaalde dat een nieuw besluit moest worden genomen.
De minister van Asiel en Migratie ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd vastgesteld dat de procedure een overschrijding van de redelijke termijn kende, mede door de complexiteit van de zaak en de omvang van het dossier.
De Afdeling oordeelde dat de redelijke termijn met 29 maanden was overschreden en kende betrokkene een schadevergoeding toe van € 2.500,00. Daarnaast werden proceskosten toegewezen en griffierecht geheven. De uitspraak benadrukt het belang van tijdige behandeling van bestuursrechtelijke procedures en de gevolgen van overschrijding daarvan.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en kent een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.