ECLI:NL:RVS:2025:2542
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot verwijdering politiegegevens wegens noodzakelijkheid voor politietaak
Appellant verzocht om verwijdering van politiegegevens die zijn verwerkt naar aanleiding van een melding over geschreeuw en daaropvolgende huisbezoeken door de politie in december 2020. De korpschef wees dit verzoek af op grond van artikel 28 van Pro de Wet politiegegevens, omdat de gegevens noodzakelijk zijn voor de dagelijkse politietaak.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep. De Afdeling overweegt dat de registratie in de Basisvoorziening Handhaving (BVH) essentieel is voor de informatiepositie van de politie en het afstemmen van toekomstige handelingen.
Hoewel appellant stelt dat de registratie onjuist is en de melding vals, erkent hij dat de politie huisbezoeken heeft afgelegd en dat de melding als aanleiding moet worden geregistreerd. De Afdeling wijst erop dat de politie ook indrukken mag registreren, ook als deze mogelijk onjuist zijn door medische aandoeningen van appellant. Appellant kan een aanvullende verklaring bij de registratie verzoeken.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot verwijdering van politiegegevens wordt afgewezen.