ECLI:NL:RVS:2025:2419
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en opheffing maatregel bewaring vreemdeling
Appellant is op 12 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze maatregel ongegrond en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat sinds een eerdere uitspraak waarbij een voorlopige voorziening werd getroffen, zes weken waren verstreken zonder dat op het hoger beroep was beslist. Gezien het belang van appellant bij opheffing van de bewaring en het ontbreken van een termijn voor uitspraak, werd het belang van appellant zwaarder gewogen dan dat van de minister.
De overige grieven van appellant werden niet verder gemotiveerd omdat deze geen vragen bevatten die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De voorzieningenrechter vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de maatregel van bewaring met ingang van de datum van uitspraak onrechtmatig is en daarom wordt opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het verzoek tot voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.