ECLI:NL:RVS:2025:2413

Raad van State

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
27 mei 2025
Zaaknummer
202403024/1/A2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1 Verordening Woonruimte bemiddeling regio Rotterdam 2020Art. 8:67 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing urgentieverklaring wegens onvoldoende medische noodzaak

Appellant heeft op 25 januari 2023 een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden vanwege slaapapneu, waardoor hij in de woonkamer slaapt. De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) wees de aanvraag af omdat appellant niet voldeed aan de criteria van artikel 5.1, aanhef en onder b, van de Verordening Woonruimte bemiddeling regio Rotterdam 2020.

De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant tegen het bezwaar ongegrond. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie een duurzame ongeschiktheid van de woning veroorzaakte, maar dit werd onvoldoende onderbouwd. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt het oordeel van de rechtbank dat het ruimtegebrek geen urgentiegrond is en dat de medische problematiek niet zodanig ernstig is dat de woning ongeschikt is.

De Afdeling oordeelt verder dat het niet noodzakelijk was voor SUWR om een medisch advies op te vragen, omdat er geen verband is tussen de slaapapneu en de woning anders dan ruimtegebrek. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en SUWR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de urgentieverklaring wordt bevestigd.

Uitspraak

202403024/1/A2.
Datum uitspraak: 22 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Rotterdam,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 18 april 2024 in zaak nr. 23/5610 in het geding tussen:
[appellant]
en
Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (hierna: SUWR)
Openbare zitting gehouden op 22 mei 2025 om 10:15 uur.
Tegenwoordig:
staatsraad mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer;
mr. M.M. Engele, griffier.
Verschenen:
[appellant], bijgestaan door mr. M. el Idrissi, advocaat te Rotterdam, vergezeld door B. el Manouzi, tolk, en de SUWR, vertegenwoordigd door mr. J.C. Avedissian.
Bij besluit van 15 maart 2023 heeft de SUWR de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. Het hiertegen gemaakte bezwaar heeft de SUWR bij besluit van 13 juli 2023 ongegrond verklaard.
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 13 juli 2023 ongegrond is verklaard.
Beslissing
De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
Gronden
1.       [appellant] woonde ten tijde van de besluitvorming met zijn echtgenote en drie kinderen in een driekamerappartement in Rotterdam. Inmiddels is één van die kinderen uitwonend. Hij heeft hij op 25 januari 2023 op medische gronden een urgentieverklaring aangevraagd. [appellant] is bekend met slaapapneu waardoor hij in de woonkamer slaapt.
2.       Volgens de SUWR voldoet [appellant] niet aan artikel 5.1, aanhef en onder b, van bijlage 1 bij de Verordening Woonruimte bemiddeling regio Rotterdam 2020 (hierna: de Verordening). In dat artikel staat dat de urgentiegrond ‘Medische noodzaak’ zich voordoet als de aanvrager of een lid van zijn of haar huishouden bekend is met medische problematiek, welke tot gevolg heeft dat de huidige zelfstandige woonruimte in ernstige mate duurzaam ongeschikt is voor bewoning door het huishouden van de aanvrager. Volgens de SUWR zijn de medische problemen van [appellant] niet zodanig ernstig dat hij niet langer in zijn woning kan blijven. Het gaat [appellant] vooral om ruimtegebrek. Dat is echter geen urgentiegrond, aldus de SUWR.
3.       Uit wat [appellant] naar voren heeft gebracht, is niet gebleken dat het oordeel van de rechtbank onjuist is. [appellant] heeft onvoldoende onderbouwd waarom zijn medische problemen verergeren als hij in de woonkamer slaapt. De Afdeling volgt daarom het oordeel van de rechtbank dat de omstandigheid dat [appellant] in de woonkamer slaapt, niet maakt dat de woning duurzaam ongeschikt is. Het betoog slaagt niet.
4.       Anders dan [appellant] heeft betoogd, heeft de SUWR geen aanleiding hoeven zien voor het opvragen van een medisch advies. De Afdeling ziet niet in dat de slaapapneu op een andere wijze dan door ruimtegebrek verband houdt met het appartement. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat een medisch advies geen toegevoegde waarde heeft. Het betoog slaagt niet.
5.       Het hoger beroep is ongegrond.
6.       De SUWR hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Engele
griffier
1033