ECLI:NL:RBROT:2024:3906
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieverklaring op grond van medische noodzaak wegens onvoldoende onderbouwing
Eiser heeft een urgentieverklaring aangevraagd vanwege slaapapneu en de noodzaak om een apparaat te gebruiken dat het slaapcomfort van zijn vrouw verstoort, waardoor hij in de woonkamer moet slapen. De Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond (SUWR) wees de aanvraag af omdat de medische situatie niet zodanig was dat eiser niet langer in zijn woning kon blijven wonen.
De rechtbank behandelde het beroep en concludeerde dat eiser niet voldeed aan de criteria uit de Verordening woonruimte bemiddeling Rotterdam 2020 voor een urgentieverklaring op medische grond. De situatie van eiser betrof vooral ruimtegebrek, wat geen grond is voor urgentie. Ook ontbrak een onderbouwing dat de medische klachten door het slapen in de woonkamer waren verergerd.
De rechtbank oordeelde dat het niet nodig was om een medisch advies op te vragen, aangezien de medische problemen niet betwist werden en geen verband met de woning werd aangetoond. Tevens werd de hardheidsclausule niet toegepast omdat de omstandigheden niet schrijnend of bijzonder genoeg waren.
Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de urgentieverklaring standhield en eiser geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring wegens onvoldoende medische noodzaak.