ECLI:NL:RVS:2025:2406

Raad van State

Datum uitspraak
27 mei 2025
Publicatiedatum
27 mei 2025
Zaaknummer
202502570/2/V3
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbevel EU-verblijf

Verzoeker is door de minister van Asiel en Migratie opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten bij besluit van 24 februari 2025. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 april 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens heeft verzoeker hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep is beslist.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek tot voorlopige voorziening beoordeeld en vastgesteld dat er geen spoedeisend belang bestaat om de uitzetting op te schorten. Daarom is het verzoek afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 27 mei 2025 in aanwezigheid van griffier W.M. Vos. Het vonnis is uitgesproken in het openbaar.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbevel wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

202502570/2/V3.
Datum uitspraak: 27 mei 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 30 april 2025 in zaak nr. NL25.9804 in het geding tussen:
verzoeker
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister verzoeker opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.
Bij uitspraak van 30 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.
2.       De voorzieningenrechter stelt vast dat uit het verzoek van de vreemdeling geen spoedeisend belang blijkt voor het treffen van een voorlopige voorziening.
3.       Het verzoek wordt afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2025
644-1137