ECLI:NL:RVS:2025:2398
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank over grensdetentie en schadevergoeding afgewezen
Bij besluit van 24 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep gegrond voor zover het ging om de tenuitvoerlegging van de maatregel en wees de minister op schadeloosstelling.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was, ondanks een onjuiste rechtsmiddelenclausule in de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bekeek de rechtmatigheid van de grensdetentie in het Justitieel Complex Schiphol over de periode 19 december 2024 tot 2 januari 2025.
Op grond van eerdere uitspraken over vergelijkbare omstandigheden concludeerde de Afdeling dat de grief slaagt, maar ambtshalve ziet zij geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Daarom vernietigt de Afdeling het vonnis van de rechtbank, verklaart het beroep alsnog ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond, de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd, maar het beroep en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.