ECLI:NL:RVS:2025:2393
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in hoger beroep verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft bij besluit van 5 februari 2025 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 10 april 2025 ongegrond. Verzoeker stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 28 mei 2025 besloten dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt, om haar belangen te beschermen. Tevens is de minister veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van verzoeker, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is genomen met toepassing van de relevante artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de belangen van verzoeker in het kader van het asielrecht zijn afgewogen tegen het bestuursrechtelijke kader. De uitspraak biedt verzoeker tijdelijke bescherming tegen uitzetting tijdens de procedure.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.