ECLI:NL:RBDHA:2025:6296
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vervolging in Iran
Eiseres, een Iraanse vrouw, vroeg asiel aan in Nederland vanwege vermeende bedreigingen door haar ex-man, afvalligheid van de Islam, interesse in het Christendom en politieke activiteiten van haarzelf en haar broer. De minister wees haar aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht de problemen met de ex-man ongeloofwaardig achtte, omdat eiseres geen samenhangend en aannemelijk verhaal gaf over de aanleiding en aard van de bedreigingen. Daarnaast was niet aannemelijk dat haar afvalligheid van de Islam een belangrijk en openlijk geuite identiteit is die haar bij terugkeer in Iran in gevaar brengt.
Ook de politieke activiteiten van haar broer en haar eigen demonstraties in Nederland werden niet als voldoende risico voor vervolging beoordeeld. De rechtbank volgde de minister in de conclusie dat eiseres geen gegronde vrees heeft voor vervolging of ernstige schade bij terugkeer. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.