ECLI:NL:RVS:2025:2372
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen uitspraak rechtbank over rechtmatigheid grensdetentie en schadevergoeding
De minister van Asiel en Migratie legde op 19 november 2024 een vrijheidsontnemende maatregel op aan betrokkene. Betrokkene stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep deels gegrond en legde de minister een schadeloosstelling op.
De minister stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep ontvankelijk was ondanks een onjuiste rechtsmiddelenclausule in de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bekeek de rechtsvraag over de omstandigheden en rechtmatigheid van de grensdetentie in het Justitieel Complex Schiphol tussen 17 december 2024 en 3 januari 2025.
De Afdeling stelde vast dat de grief slaagde, maar zag geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Daarom vernietigde zij de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep alsnog ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep alsnog ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.