ECLI:NL:RVS:2025:2326
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning vergroten kelder ondanks geschil over isolatie-eisen
Appellant heeft op 11 april 2021 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning om zijn woning te veranderen door het vergroten van de kelder. Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag verleende op 19 juli 2021 de vergunning, nadat appellant zijn bouwtekeningen had aangepast om te voldoen aan de nieuwbouweisen voor thermische isolatie zoals bedoeld in artikel 5.3, zesde lid, van het Bouwbesluit.
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit en het college verklaarde dit bezwaar gedeeltelijk gegrond, waarna appellant beroep instelde tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar en tegen het besluit van 6 januari 2022. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk en verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond, omdat het college terecht had geoordeeld dat de aanvraag moest voldoen aan de isolatie-eisen en de vergunning op juiste gronden was verleend.
In hoger beroep betwist appellant opnieuw het oordeel over de isolatie-eisen en klaagt hij over de lange duur van de procedure. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de rechtbank gemotiveerd op de gronden is ingegaan en dat appellant geen nieuwe redenen heeft aangevoerd die het oordeel onjuist maken. Tevens is de redelijke termijn van vier jaar voor de procedure nog niet verstreken, zodat het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
De Afdeling bevestigt het bestreden besluit en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn wordt afgewezen.