ECLI:NL:RVS:2025:2319
Raad van State
- Hoger beroep
- B.P.M. van Ravels
- H. Benek
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vergoeding van planschade door Windpark Spui na toetsing voorzienbaarheid en normaal maatschappelijk risico
De zaak betreft een verzoek van de wederpartij om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het provinciaal inpassingsplan "Windpark Spui". Het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland wees dit verzoek aanvankelijk af, waarna de rechtbank het besluit vernietigde en het college opdroeg opnieuw te beslissen.
In het nieuwe besluit kende het college een vergoeding van €12.700 toe, vermeerderd met wettelijke rente. Klein Piershil B.V., initiatiefneemster van het windpark, betwistte dit bedrag en stelde dat het normaal maatschappelijk risico 3% bedraagt in plaats van 2%, en dat de voorzienbaarheid van het plan niet aannemelijk was gemaakt.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de Nota Wervel en de Ontwerpnota Wervel ten tijde van de aankoop van de woning openbaar en raadpleegbaar waren, waardoor voorzienbaarheid niet kon worden aangenomen. Tevens werd bevestigd dat het normaal maatschappelijk risico 3% bedraagt. Het besluit van 12 april 2024 werd vernietigd voor zover het de vergoeding van €12.700 betrof, en de vergoeding werd vastgesteld op €10.300 exclusief wettelijke rente.
Daarnaast werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan zowel de wederpartij als Klein Piershil. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering en toetsing van openbaarmaking en voorzienbaarheid bij planschadevergoedingen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de planschadevergoeding aan de wederpartij wordt vastgesteld op €10.300 exclusief wettelijke rente en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten.