ECLI:NL:RVS:2025:2283
Raad van State
- Hoger beroep
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek kleinschalig kamperen en toekenning schadevergoeding redelijke termijn
Het college van burgemeester en wethouders van Veere wees het handhavingsverzoek van appellant A af, omdat het kleinschalig kamperen onder een nieuwe kampeerregeling in het bestemmingsplan valt en de oude kampeerverordening binnenkort wordt ingetrokken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A ongegrond en oordeelde dat handhaving niet evenredig was.
Appellant A stelde in hoger beroep dat ook andere minicampings niet aan de kampeerverordening voldeden en dat het college het gelijkheidsbeginsel schond door alleen tegen zijn camping op te treden. Tevens betoogde hij dat de kampeerverordening onverbindend had moeten worden verklaard wegens strijd met de Dienstenrichtlijn en dat de overschrijding van de redelijke termijn niet aan hem kon worden toegerekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak verwierp deze gronden en bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het algemeen belang is niet gediend met handhaving op grond van een verordening die binnenkort vervalt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat het betrekking had op een ander onderwerp. De overschrijding van de redelijke termijn werd deels toegerekend aan appellant A vanwege zijn procesverloop.
De Afdeling kende appellant A een schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding. Het verzoek om proceskostenvergoeding tegen het college werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en appellant A ontvangt een schadevergoeding van €1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.