ECLI:NL:RVS:2025:2276
Raad van State
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening uitspraak Raad van State inzake schadevergoeding rechtsbijstand
Verzoeker heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verzocht om herziening van haar uitspraak van 8 november 2023, waarin het hoger beroep van verzoeker tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag werd ongegrond verklaard. De rechtbank had geoordeeld dat de raad voor rechtsbijstand geen schadevergoeding aan verzoeker verschuldigd was vanwege een besluit uit 2008 waarbij een verzoek om gesubsidieerde rechtsbijstand buiten behandeling was gesteld.
De Afdeling overweegt dat herziening van een onherroepelijke uitspraak alleen mogelijk is op grond van feiten of omstandigheden die voorafgaand aan de uitspraak hebben plaatsgevonden, niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker heeft dergelijke feiten of omstandigheden niet aangevoerd.
Daarom wijst de Afdeling het verzoek om herziening af en oordeelt dat de raad voor rechtsbijstand geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het eerdere besluit en de afwijzing van de schadevergoeding.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen.