ECLI:NL:RVS:2025:2260
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling en afwijzing beroep tegen ministerieel besluit
Appellant werd op 3 maart 2025 door de minister van Asiel en Migratie in bewaring gesteld. Tegen dit besluit stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 maart 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep geen aanleiding gaf tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de informatiefolder over bewaring voldoende duidelijk was, ook al maakte deze geen onderscheid tussen zware en lichte gronden voor bewaring.
De Afdeling zag geen reden om de bewaring onrechtmatig te achten en bevestigde het vonnis van de rechtbank. De minister werd niet verplicht tot vergoeding van proceskosten. Het hoger beroep werd daarmee ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de bewaring wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.