ECLI:NL:RVS:2025:2176
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit zorgtoeslag wegens onterecht toeslagpartnerschap en matiging terugvordering
Appellant kreeg in 2019 haar voorschot zorgtoeslag herzien en moest teveel ontvangen voorschotten terugbetalen omdat de Dienst Toeslagen haar nicht als toeslagpartner aanmerkte. De rechtbank oordeelde dat deze toeslagpartnerschap terecht was en dat de terugvordering rechtmatig was. In hoger beroep stelde de Dienst Toeslagen dat terugvordering gematigd moest worden vanwege de uitschrijving van een meerderjarige zoon en wetswijzigingen.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de Dienst Toeslagen onvoldoende had gemotiveerd dat de nicht als ingezetene kon worden aangemerkt, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. De Afdeling vernietigde daarom het bestreden besluit en verklaarde het beroep gegrond. De Dienst Toeslagen moet een nieuw besluit nemen.
Daarnaast werd een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De totale procedure duurde ruim vijf jaar, waarbij aanzienlijke termijnen aan de Dienst Toeslagen en de Afdeling konden worden toegerekend. De Afdeling veroordeelde de Dienst Toeslagen en de Staat tot betaling van een vergoeding van in totaal € 2.000,00 aan appellant.
Tot slot werden proceskosten en griffierechten aan appellant toegekend. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het vaststellen van toeslagpartnerschap en de noodzaak van tijdige besluitvorming door bestuursorganen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de besluiten van de Dienst Toeslagen worden vernietigd en een nieuw besluit moet worden genomen; tevens wordt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend.