ECLI:NL:RVS:2025:2146
Raad van State
- Rechtspraak.nl
Beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken in bestuursrechtelijke boetezaak Arbeidstijdenwet
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een bestuurlijke boete wegens overtreding van de Arbeidstijdenwet. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft vertrouwelijke stukken overgelegd, waaronder processen-verbaal en mailwisselingen tussen de Arbeidsinspectie en het Openbaar Ministerie, en verzocht dat alleen de Afdeling bestuursrechtspraak kennisneemt van deze stukken.
De Afdeling heeft een belangenafweging gemaakt tussen het belang van appellante om alle relevante informatie te ontvangen en het belang van de minister om vertrouwelijke communicatie te beschermen. De mailwisselingen betreffen intern overleg over strafrechtelijk onderzoek, waarbij het belang van vrije en ongestoorde communicatie tussen ambtenaren en het OM zwaarder weegt dan het belang van appellante.
Met betrekking tot de processen-verbaal concludeert de Afdeling dat het enkele feit dat deze deel uitmaken van een strafrechtelijk onderzoek geen gewichtige reden vormt voor geheimhouding. Echter, aangezien deze stukken mogelijk ontlastende informatie bevatten, is een inhoudelijke beoordeling voorbehouden aan de zittingskamer in de hoofdzaak. Het verzoek om beperkte kennisneming wordt daarom toegewezen, zodat alleen de Afdeling toegang heeft tot de vertrouwelijke stukken.
Uitkomst: Het verzoek om beperkte kennisneming van vertrouwelijke stukken wordt toegewezen; alleen de Afdeling bestuursrechtspraak mag deze stukken inzien.