ECLI:NL:RVS:2025:1945
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging spoedsluiting woning wegens illegale prostitutie ondanks beroep op woonrecht
In september 2022 huurde appellant een woning in Rotterdam die door de burgemeester met spoed werd gesloten wegens overtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012, artikel 3:9a, vanwege illegale prostitutie. De politie trof in de woning twee vrouwen aan die verklaarden daar als prostituee werkzaam te zijn, terwijl er geen vergunning voor exploitatie van een seksinrichting was.
De burgemeester verlengde de spoedsluiting tot drie maanden en verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat appellant op het moment van het politieonderzoek geen bewoner meer was, waardoor zij geen woonrecht kon inroepen. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat appellant inderdaad geen bewoner was, omdat zij in de Verenigde Staten verbleef, de sleutel aan derden had gegeven en geen intentie had om tijdelijk afwezig te zijn. Hierdoor kon zij zich niet beroepen op het woonrecht. Tevens was de burgemeester gerechtigd de woning te sluiten en de sluiting te verlengen vanwege de aantasting van het woon- en leefklimaat door de illegale prostitutie.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de spoedsluiting van de woning bevestigd.