ECLI:NL:RVS:2025:191
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- C.C.W. Lange
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Vaststelling afwijzing machtiging voorlopig verblijf vreemdeling zonder bijkomende afhankelijkheid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 2 december 2021 de aanvraag van een vreemdeling uit Bosnië-Herzegovina om een machtiging tot voorlopig verblijf af. De vreemdeling, die in Nederland bij haar meerderjarige dochters wilde verblijven, maakte bezwaar dat werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en bepaalde dat de staatssecretaris een nieuw besluit moest nemen.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de minister zich deugdelijk had gemotiveerd dat er geen bijkomende elementen van afhankelijkheid bestonden tussen de vreemdeling en haar dochters, mede gelet op het feit dat de dochters sinds de jaren negentig in Nederland wonen en de vreemdeling in Bosnië-Herzegovina. De minister had ook terecht betrokken dat de vreemdeling niet exclusief afhankelijk is en dat verzorging op afstand mogelijk is.
Daarnaast stelde de minister dat er geen hechte persoonlijke banden zijn tussen de vreemdeling en haar minderjarige kleindochter, hetgeen de rechtbank niet had onderkend. De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf bevestigd.