ECLI:NL:RVS:2025:1878
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging proceskostenveroordeling in hoger beroep tegen niet tijdig besluit verblijfsmachtiging
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en legde de staatssecretaris een dwangsom en een proceskostenveroordeling van € 209,25 op.
Tegen deze uitspraak stelden appellanten hoger beroep in. In de tussentijd werd het besluit op de aanvraag alsnog genomen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de grieven van appellanten over de beslistermijn niet langer relevant waren, maar dat de rechtbank ten onrechte een te lage wegingsfactor toepaste bij de proceskostenvergoeding.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak over de proceskosten en veroordeelde de minister tot vergoeding van € 1.814,00 aan proceskosten, inclusief vergoeding van het griffierecht. De overige onderdelen van de uitspraak van de rechtbank blijven in stand.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak vernietigt de proceskostenveroordeling van de rechtbank en veroordeelt de minister tot een hogere proceskostenvergoeding van € 1.814,00.