ECLI:NL:RVS:2025:184
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging verstrekkingen in asielprocedure
De minister van Asiel en Migratie wees op 26 september 2024 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 14 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, aangezien de termijn voor het instellen van hoger beroep nog niet was verstreken, het passend was om bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening te treffen. Hierdoor blijft de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 20 januari 2025 achterwege totdat de voorzieningenrechter een definitieve uitspraak doet.
Daarnaast werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €907,00, toe te rekenen aan beroepsmatige rechtsbijstand door een derde partij. De uitspraak werd gedaan in het openbaar op 20 januari 2025 door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel.
Uitkomst: De voorzieningenrechter treft een voorlopige voorziening waardoor de beëindiging van verstrekkingen op 20 januari 2025 achterwege blijft en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten.