ECLI:NL:RVS:2025:183

Raad van State

Datum uitspraak
20 januari 2025
Publicatiedatum
22 januari 2025
Zaaknummer
202500336/2/V1
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen beëindiging opvang en verstrekkingen vreemdeling

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 30 oktober 2023 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 december 2024 het beroep gegrond verklaarde en het besluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen in stand liet. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening getroffen waardoor de voorgenomen beëindiging van de opvang en verstrekkingen op 21 januari 2025 wordt uitgesteld. Dit omdat de noodzakelijke stukken voor de beoordeling van het hoger beroep nog niet waren ontvangen. Na ontvangst van de stukken zal op het resterende verzoek worden beslist.

Daarnaast is de minister van Asiel en Migratie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 907,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter J.J.W.P. van Gastel op 20 januari 2025.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt getroffen waardoor de beëindiging van opvang en verstrekkingen wordt uitgesteld tot nadere beslissing.

Uitspraak

202500336/2/V1.
Datum uitspraak: 20 januari 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 23 december 2024 in zaak nr. NL23.37095 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.
Bij uitspraak van 23 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen daarvan in stand gelaten.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1.       De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter onder meer verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat de voorgenomen beëindiging van de opvang en verstrekkingen op 21 januari 2025 achterwege blijft. Omdat de voor de beoordeling van het hoger beroep noodzakelijke stukken nog niet zijn ontvangen, treft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel een voorlopige voorziening. Nadat de stukken zijn ontvangen, zal de voorzieningenrechter op het resterende deel van het verzoek beslissen.
2.       De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        treft bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening dat de voorgenomen beëindiging van verstrekkingen op 21 januari 2025 achterwege blijft;
II.       veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.W. de Lange, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. De Lange
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2025
999