ECLI:NL:RVS:2025:1826
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing huisvestingsvergunning wegens ernstige woonoverlast en drugsvonnis
Appellant heeft een huisvestingsvergunning aangevraagd voor een woning in Schiedam waarop de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) van toepassing is. De burgemeester gaf een negatieve woonverklaring af vanwege ernstige woonoverlast en een veroordeling voor het vervaardigen van harddrugs en bezit van een vuurwapen. Het college wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak.
De Afdeling overwoog dat het college terecht uitging van de ernst van het Opiumwetdelict en dat niet alle criteria van artikel 10b, vierde lid, Wbmgp expliciet hoefden te worden betrokken gezien de zwaarte van het delict. Ook was geen sprake van een onjuiste procedurele behandeling van het bezwaar, aangezien het bezwaar niet als een nieuwe aanvraag hoefde te worden aangemerkt. Het beroep op de hardheidsclausule en artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat appellant en zijn gezin elders huisvesting hadden kunnen zoeken.
Daarnaast werd het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toegewezen. De totale procedure duurde ruim vijf jaar, waarbij de overschrijding deels aan de rechtbank en deels aan de Afdeling werd toegerekend. De schadevergoeding werd vastgesteld op €1.500,00, te betalen door de Staat der Nederlanden. Ook werden proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Afdeling bevestigt de afwijzing van de huisvestingsvergunning en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe.