ECLI:NL:RVS:2025:1820

Raad van State

Datum uitspraak
23 april 2025
Publicatiedatum
23 april 2025
Zaaknummer
202102206/2/R2
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • M.M. Kaajan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 8:57 AwbArt. 8:108 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn bij omgevingsvergunning

Verzoekster heeft een schadevergoeding gevraagd wegens overschrijding van de redelijke termijn bij de behandeling van haar bezwaar, beroep en hoger beroep tegen een omgevingsvergunning voor het voormalige recreatiepark Het Roekenbosch in Venray.

De redelijke termijn bedraagt in beginsel vier jaar, verdeeld over maximaal zes maanden bezwaar, anderhalf jaar beroep en twee jaar hoger beroep. De procedure begon op 15 oktober 2019 met het bezwaarschrift en duurde tot de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 23 april 2025, bijna vijf jaar later.

De overschrijding van ongeveer een jaar wordt toegekend aan zowel de Afdeling bestuursrechtspraak als het college van burgemeester en wethouders van Venray, die elk een deel van de schadevergoeding moeten betalen. Daarnaast worden de proceskosten voor rechtsbijstand volledig aan de Staat en het college toegerekend.

De Afdeling veroordeelt de Staat der Nederlanden tot betaling van € 833,33 en het college van burgemeester en wethouders van Venray tot betaling van € 166,67 aan schadevergoeding, plus elk € 218,75 aan proceskosten.

Uitkomst: Verzoekster krijgt een schadevergoeding van € 1.000,- wegens overschrijding van de redelijke termijn, te betalen door de Staat en het college van Venray.

Uitspraak

202102206/2/R2.
Datum uitspraak: 23 april 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op een verzoek om schadevergoeding van:
[verzoekster], wonend in Blitterswijck, gemeente Venray.
Procesverloop
Bij uitspraak van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4067, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op verschillende hoger beroepen gericht tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, over een omgevingsvergunning ten behoeve van het voormalige recreatiepark Het Roekenbosch in Venray.
In die zaak heeft [verzoekster] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De Afdeling heeft de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aangemerkt als partij in deze procedure.
Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op een zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, gelezen in verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb heeft gesloten.
Overwegingen
1.       [verzoekster] heeft bij brief van 1 juli 2024 verzocht om vergoeding van schade in verband met overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
2.       De Afdeling komt tot de conclusie dat het verzoek moet worden toegewezen. Zij geeft hierna aan hoe zij tot dat oordeel komt en tot welke schadevergoeding dat leidt.
3.       De redelijke termijn bij een procedure als deze bedraagt in beginsel vier jaar, waarbij de behandeling van het bezwaar ten hoogste zes maanden, de behandeling van het beroep ten hoogste anderhalf jaar en de behandeling van het hoger beroep ten hoogste twee jaar mag duren. Van bijzondere omstandigheden die een kortere of langere behandelingsduur rechtvaardigen is niet gebleken.
In dit geval is de redelijke termijn aangevangen op 15 oktober 2019 met de ontvangst door het college van het bezwaarschrift van [verzoekster] tegen het besluit van 2 september 2019. Vanaf die datum tot de dag waarop de Afdeling uitspraak heeft gedaan, zijn bijna 5 jaar verstreken. Dat betekent dat de redelijke termijn met afgerond een jaar is overschreden. [verzoekster] heeft daarom recht op een schadevergoeding van € 1.000,-.
De overschrijding is mede aan de Afdeling toe te rekenen, omdat de behandeling van het hoger beroep drie jaar en afgerond zes maanden heeft geduurd. De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) moet daarom een schadevergoeding betalen van € 833,33. De overschrijding is ook toe te rekenen aan het college van burgemeester en wethouders van Venray, omdat de behandeling van het bezwaar afgerond 8 maanden heeft geduurd. Het college dient daarom een schadevergoeding te betalen van € 166,67.
4.       De Staat en het college moeten de proceskosten van het verzoek vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I.        veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [verzoekster] een schadevergoeding van € 833,33 te betalen;
II.       veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Venray om aan [verzoekster] een schadevergoeding van € 166,67 te betalen;
III.      veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 218,75, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
IV.      veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Venray tot vergoeding van bij [verzoekster] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 218,75, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.L. Bolleboom, griffier.
w.g. Kaajan
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Bolleboom
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 23 april 2025