ECLI:NL:RVS:2025:1795
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting in asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 7 november 2024 door de minister van Asiel en Migratie is afgewezen. Verzoeker stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 19 maart 2025 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde verzoeker hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 23 april 2025 de voorlopige voorziening getroffen dat verzoeker niet wordt uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, die volledig toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze beslissing volgt op eerdere jurisprudentie omtrent voorlopige voorzieningen in asielzaken en beoogt de rechtspositie van verzoeker te beschermen gedurende de procedure tegen uitzetting.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.