ECLI:NL:RVS:2025:1781
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- B.P. Vermeulen
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling niet-ontvankelijkheid asielaanvraag wegens veilig derde land Canada
Betrokkene, een burger van de Verenigde Arabische Emiraten, diende een asielaanvraag in Nederland in. De staatssecretaris verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk omdat Canada als veilig derde land geldt waar betrokkene een verblijfsrecht had en waar zij redelijkerwijs naartoe kan terugkeren.
De rechtbank had het besluit vernietigd, maar de Raad van State oordeelt dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat betrokkene een zodanige band met Canada heeft, mede gelet op haar eerdere verblijf en werk daar. Betrokkene heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen toegang meer tot Canada heeft of dat haar verblijfsrecht is geëindigd.
Verder is vastgesteld dat betrokkene onvoldoende inspanningen heeft verricht om haar toegang tot Canada te herstellen. Het risico dat zij zich aan toezicht in Nederland zal onttrekken is aannemelijk, waardoor het opleggen van een inreisverbod en onmiddellijke vertrekbevel gerechtvaardigd is.
De Raad van State verklaart het hoger beroep van de minister gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van betrokkene ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.