ECLI:NL:RVS:2025:1777
Raad van State
- Wraking
- P.H.A. Knol
- J.Th Drop
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking van staatsraad afgewezen wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster heeft bij brief van 8 april 2025 een tweede verzoek om wraking ingediend tegen staatsraad mr. D.A. Verburg, lid van de Afdeling bestuursrechtspraak, wegens vermeende vooringenomenheid tijdens de zitting van 13 maart 2025. Zij stelde dat het proces-verbaal van die zitting onjuistheden bevatte en dat de staatsraad haar een verkeerde uitleg van een eerdere uitspraak had opgedrongen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het tweede wrakingsverzoek feitelijk gebaseerd is op dezelfde gang van zaken als het eerste verzoek, dat reeds op 2 april 2025 was afgewezen. Het proces-verbaal, dat na het eerste verzoek aan verzoekster was toegezonden, vormt geen nieuw feit of omstandigheid die het verzoek zou kunnen rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:16, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3, vierde lid, onder e, van de Wrakingsregeling bestuursrechtelijke colleges 2022, kan een volgend wrakingsverzoek zonder zitting worden afgewezen indien geen nieuwe feiten worden aangevoerd. De Afdeling laat het verzoek daarom buiten behandeling.
De beslissing werd genomen door voorzitter mr. P.H.A. Knol en leden mr. J.Th Drop en mr. B. Meijer, in aanwezigheid van griffier mr. W.M. Boer, en uitgesproken op 18 april 2025.
Uitkomst: Het tweede verzoek om wraking van staatsraad Verburg wordt buiten behandeling gelaten wegens ontbreken van nieuwe feiten.