ECLI:NL:RVS:2025:1776
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-behandeling asielaanvraag na tijdsverloop
De minister van Asiel en Migratie had op 28 oktober 2024 besloten een asielaanvraag van betrokkene niet in behandeling te nemen. Betrokkene stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 2 januari 2025 het besluit vernietigde en de minister opdroeg binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. Tijdens de procedure nam de minister de asielaanvraag alsnog in behandeling vanwege het tijdsverloop. Hierdoor verloor het hoger beroep zijn praktische betekenis, omdat de rechtbank had geoordeeld dat de minister onvoldoende had gemotiveerd waarom artikel 17 van Pro de Dublinverordening niet werd toegepast.
De Raad van State oordeelde dat de minister hierdoor geen belang meer had bij het hoger beroep en verklaarde dit niet-ontvankelijk. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister is niet-ontvankelijk verklaard omdat de aanvraag inmiddels alsnog in behandeling is genomen.