ECLI:NL:RVS:2025:1559
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- M. den Heyer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na niet-inbehandelingname door minister
Appellanten hebben bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvragen zijn bij besluiten van 24 december 2024 niet in behandeling genomen door de minister. Appellanten stelden hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 maart 2025 de beroepen ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Tevens is een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. De Afdeling heeft nadere schriftelijke inlichtingen ontvangen van de minister.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het hoger beroep geen gronden bevat die aanleiding geven tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen, met een correctie van een kennelijke verschrijving betreffende de vermelding van het land Kroatië in plaats van Spanje. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en wijst het hoger beroep en het verzoek om voorlopige voorziening af.