ECLI:NL:RVS:2025:1524
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel
Betrokkene had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 6 juli 2021 werd afgewezen. Tevens werd het ambtshalve verlenen van een reguliere verblijfsvergunning geweigerd en voorlopig uitstel van vertrek verleend. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank werd het besluit vernietigd en werd de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De minister stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Echter, bij besluit van 28 oktober 2024 werd de asielaanvraag van betrokkene alsnog ingewilligd, waardoor betrokkene een verblijfsrecht kreeg en in Nederland mocht blijven.
Gezien deze wijziging had het hoger beroep van de minister geen praktische betekenis meer en werd het niet-ontvankelijk verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. De Afdeling zag geen aanleiding om af te wijken van de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het inmiddels verleende verblijfsrecht van betrokkene.