ECLI:NL:RVS:2025:1494
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning asiel na niet in behandeling nemen
Appellant diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 17 december 2024 niet in behandeling werd genomen. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 21 februari 2025 ongegrond verklaarde.
Appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, maar het hoger beroep werd niet ontvankelijk verklaard omdat het geen nieuwe rechtsvragen bevatte die relevant zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. De Raad verwees naar een eerdere uitspraak van 26 maart 2025 waarin een vergelijkbare rechtsvraag was beantwoord.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde het vonnis van de rechtbank en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd bepaald dat de minister geen proceskosten hoeft te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter B. Meijer op 2 april 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.