ECLI:NL:RVS:2025:1492
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting en toekenning opvang in asielzaak
Verzoeker heeft een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister van Asiel en Migratie bij besluit van 24 januari 2025 is afgewezen. De rechtbank Den Haag heeft het beroep van verzoeker tegen deze afwijzing op 18 maart 2025 ongegrond verklaard. Verzoeker stelde daarop hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 3 april 2025 geoordeeld dat verzoeker niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt. Tevens is bepaald dat verzoeker opvang en verstrekkingen moet ontvangen gedurende deze periode. De minister is bovendien veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Deze voorlopige voorziening is gebaseerd op de belangenafweging en eerdere jurisprudentie van de Raad van State. Het oordeel beschermt de rechtspositie van verzoeker tijdens de procedure en voorkomt onomkeerbare gevolgen zoals uitzetting voorafgaand aan een definitieve beslissing.
Uitkomst: Verzoeker mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de minister moet proceskosten vergoeden.