ECLI:NL:RVS:2025:1473
Raad van State
- Prejudicieel verzoek
- Rechtspraak.nl
Verzoek om prejudiciële beslissing over beslistermijnen asielverzoek bij tijdelijke bescherming
De vreemdeling met de Chinese nationaliteit, gehuwd met een Oekraïense vrouw en vader van een kind, diende op 13 april 2022 een asielverzoek in in Nederland. Hij kwam in aanmerking voor tijdelijke bescherming op grond van de EU-richtlijn tijdelijke bescherming, omdat hij vóór 24 februari 2022 met zijn gezin in Oekraïne verbleef. De minister stelde het asielverzoek niet tijdig vast, waarop de vreemdeling de minister in gebreke stelde en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank oordeelde dat de minister binnen acht weken een besluit moest nemen, maar de minister ging in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de vraag of de beslistermijnen uit de procedurerichtlijn (artikel 31) ook gelden voor asielverzoeken van personen die tijdelijke bescherming genieten, of dat deze termijnen kunnen worden opgeschort gedurende de periode van tijdelijke bescherming, zoals mogelijk volgt uit artikel 17, tweede lid, van de richtlijn tijdelijke bescherming. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeert dat de richtlijnen naast elkaar gelden, maar dat de bijzondere aard van de tijdelijke bescherming een opschorting van de beslistermijn kan rechtvaardigen.
De Afdeling analyseert uitvoerig de tekst, context, doelstellingen en totstandkomingsgeschiedenis van de richtlijnen en verwijst naar relevante jurisprudentie, waaronder het arrest Kaduna e.a. De Afdeling overweegt dat opschorting van de beslistermijn tijdens tijdelijke bescherming het nuttig effect van die bescherming dient en voorkomt dat het reguliere asielsysteem overbelast raakt. Tegelijkertijd erkent zij het fundamentele recht op asiel en de verplichting tot besluitvorming na afloop van de tijdelijke bescherming.
De Afdeling stelt twee prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de uitleg van artikel 17, tweede lid, van de richtlijn tijdelijke bescherming en artikel 31 van Pro de procedurerichtlijn. Totdat het Hof uitspraak doet, wordt de behandeling van het hoger beroep geschorst.
Uitkomst: De behandeling van het hoger beroep wordt geschorst in afwachting van prejudiciële uitspraak van het Hof van Justitie over de beslistermijnen bij asielverzoeken van tijdelijk beschermden.