ECLI:NL:RVS:2025:1456
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- N.H. van den Biggelaar
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake Natuurbeheerplan 2019 en NNB-grenswijzigingen
Gedeputeerde staten van Noord-Brabant hebben op 25 september 2018 het Natuurbeheerplan 2019 vastgesteld, waarin onder meer de grenzen van het Natuur Netwerk Brabant (NNB) en natuurbeheertypen zijn vastgelegd. Appellanten voerden bezwaar tegen de wijzigingen van de NNB-grenzen en het natuurbeheertype van enkele percelen, waaronder G 1262, G 3866, G 4209 en G 5474.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellanten in eerste aanleg niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belanghebbendheid, maar de Raad van State herstelde dit oordeel deels en wees de zaak terug. De rechtbank oordeelde vervolgens dat het beroep ongegrond was. In hoger beroep betoogde appellant dat perceel G 4209 ten onrechte niet in het NNB was opgenomen vanwege hydrologische redenen.
De Raad van State oordeelt dat appellant geen belanghebbende meer is voor de percelen G 1262, G 3866 en G 5474, omdat hij deze niet meer in eigendom of gebruik heeft, waardoor het hoger beroep voor die percelen niet-ontvankelijk is. Voor perceel G 4209, waarvan appellant eigenaar is, bevestigt de Raad van State de gemotiveerde uitspraak van de rechtbank dat het perceel terecht niet is opgenomen in het Natuurbeheerplan 2019. Het beroep wordt voor dat perceel ongegrond verklaard. Proceskosten worden niet aan gedeputeerde staten toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk voor drie percelen en ongegrond voor perceel G 4209; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.