ECLI:NL:RVS:2023:1052
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid beroep wijziging Natuurbeheerplan Noord-Brabant
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant stelde op 25 september 2018 een wijziging van het Natuurbeheerplan 2019 vast, waarin bepaalde percelen als natuur- of landschapsbeheertype werden aangemerkt. Appellanten stelden beroep in tegen deze wijziging vanwege onenigheid over de begrenzing van het Natuur Netwerk Brabant en de classificatie van enkele percelen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten niet-ontvankelijk omdat zij geen belanghebbenden zouden zijn. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij wel belanghebbenden zijn, onder meer omdat enkele percelen in eigendom zijn verkregen door verkrijgende verjaring of omdat zij gebruikers zijn van de percelen die in het natuurbeheerplan zijn opgenomen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellanten E en F, als gebruikers en mogelijk verkrijgers van bepaalde percelen, en appellant D als eigenaar van een perceel, wel belanghebbenden zijn bij het natuurbeheerplan. De rechtbank heeft het beroep ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard voor zover het deze appellanten betreft. De zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling, waarbij ook de aanspraak op subsidie aan de orde zal komen.
De Afdeling veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten en bepaalt dat het griffierecht wordt terugbetaald. De uitspraak van de rechtbank wordt voor het overige bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de zaak wordt terugverwezen voor inhoudelijke behandeling van het beroep.