ECLI:NL:RVS:2025:1381
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid afpersing
De vreemdelingen uit El Salvador vroegen op 9 november 2021 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd aan, vanwege afpersing door bendeleden van Pandilla 18. De vader van een van hen was vermoord door deze bende. De staatssecretaris wees de aanvragen op 30 juni 2022 af, waarbij hij de moord geloofwaardig achtte, maar de afpersing niet. De rechtbank verklaarde de beroepen op 20 juni 2023 ongegrond.
De vreemdelingen gingen in hoger beroep en stelden dat de minister ten onrechte de getuigenverklaringen niet in onderlinge samenhang had beoordeeld en de algemene landeninformatie over bendes in El Salvador niet had betrokken. De Afdeling stelde vast dat de minister de getuigenverklaringen aanvankelijk onvoldoende had meegewogen, maar na een brief van 9 december 2024 alsnog had beoordeeld en deze niet leidde tot een andere conclusie. Wel had de minister de algemene landeninformatie onterecht buiten beschouwing gelaten.
De Afdeling vernietigde daarom het vonnis van de rechtbank en de besluiten van 30 juni 2022, verklaarde de beroepen gegrond en beval de minister nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 3.174,50.
Uitkomst: De besluiten tot afwijzing van de verblijfsvergunningen worden vernietigd en de minister moet nieuwe besluiten nemen.