ECLI:NL:RVS:2025:1373
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onrechtmatigheid grensdetentie en schadevergoeding vreemdeling
Bij besluit van 2 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel op. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de tenuitvoerlegging van deze maatregel gegrond en oordeelde dat de minister de vreemdeling schadeloos moest stellen. Zowel de minister als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak.
De Raad van State overwoog dat het oordeel van de rechtbank dat het Justitieel Complex Schiphol (JCS) geen gespecialiseerde bewaringsaccommodatie was, onjuist was. De tenuitvoerlegging van de grensdetentie was daarom niet onrechtmatig. Het hoger beroep van de minister werd gegrond verklaard.
De vreemdeling stelde dat hij recht had op een hogere schadevergoeding op grond van artikel 106 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in plaats van schadeloosstelling op grond van het EVRM, maar aangezien de tenuitvoerlegging niet onrechtmatig was, werd dit verzoek afgewezen. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, het beroep van de vreemdeling ongegrond en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.