ECLI:NL:RVS:2025:1367
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over grensdetentie vreemdeling en afwijzing schadevergoeding
Bij besluit van 2 december 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen de tenuitvoerlegging van deze maatregel gegrond en oordeelde dat de minister de vreemdeling schadeloos moest stellen.
Zowel de minister als de vreemdeling gingen in hoger beroep tegen deze uitspraak. De minister betoogde dat de grensdetentie rechtmatig was omdat het JCS nog steeds een gespecialiseerde bewaringsaccommodatie betrof volgens de Opvangrichtlijn. De vreemdeling stelde dat hij recht had op een hogere schadevergoeding dan de rechtbank had toegekend.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de tenuitvoerlegging van de grensdetentie niet onrechtmatig was en dat de vreemdeling daarom geen recht had op schadeloosstelling of schadevergoeding. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het hoger beroep van de minister gegrond verklaard en dat van de vreemdeling ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt gegrond verklaard, dat van de vreemdeling ongegrond, en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.