ECLI:NL:RVS:2025:1328
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 18 april 2023 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. Hiertegen maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 20 juni 2023 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, welke op 25 september 2023 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het hoger beroep bevatte geen nieuwe rechtsvragen die in het belang van rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming beantwoord moesten worden. De Afdeling verwees naar eerdere jurisprudentie over het onderscheid in beleid tussen Dublinclaimanten en andere vreemdelingen.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer onder leiding van J. Schipper-Spanninga op 27 maart 2025.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt bevestigd.