ECLI:NL:RVS:2025:1320
Raad van State
- Hoger beroep
- M.J.M. Ristra-Peeters
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling
Bij besluit van 10 november 2024 legde de minister van Asiel en Migratie een vrijheidsontnemende maatregel op aan de vreemdeling. De rechtbank Den Haag verklaarde het tegen dit besluit ingestelde beroep op 5 december 2024 ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het hoger beroep geen nieuwe rechtsvragen bevat die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of algemene rechtsbescherming. Eerder door de Afdeling beantwoorde rechtsvragen over detentieomstandigheden in het Justitieel Complex Schiphol zijn hierop van toepassing. Er is geen aanleiding om in deze zaak anders te oordelen.
De Afdeling ziet ook ambtshalve geen reden om de grensdetentie onrechtmatig te achten. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.