ECLI:NL:RVS:2025:1191
Raad van State
- Hoger beroep
- J.H. van Breda
- M. den Heyer
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens gevaar voor openbare orde ondanks betwiste gedragsverandering
De vreemdeling, geboren in 1998 en van Marokkaanse nationaliteit, kreeg in 2010 een verblijfsvergunning voor gezinshereniging. Na meerdere veroordelingen voor zware mishandelingen en geweld pleegde de minister in 2019 intrekking van de vergunning, een vertrekbevel en een inreisverbod uit te vaardigen. De rechtbank vernietigde dit besluit in 2022 wegens onvoldoende zorgvuldigheid.
De minister stelde hoger beroep in. De Raad van State oordeelde dat de minister de intrekking en het inreisverbod zorgvuldig en met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel heeft gemotiveerd, ondanks het betoog van de vreemdeling over een positieve gedragsverandering die niet aannemelijk was gemaakt.
De Raad verwierp ook de stellingen van de vreemdeling over nauwe banden met Nederland en het risico van huiselijk geweld bij terugkeer naar Marokko, omdat deze onvoldoende met stukken waren onderbouwd. Het beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep van de vreemdeling ongegrond, waardoor het besluit tot intrekking van de verblijfsvergunning en het inreisverbod gehandhaafd blijft.