ECLI:NL:RVS:2025:1056
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling door minister van Asiel en Migratie
De minister van Asiel en Migratie stelde de vreemdeling op 10 januari 2025 in bewaring. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 29 januari 2025 het beroep ongegrond verklaarde en het verzoek om schadevergoeding afwees.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze afdeling heeft het hoger beroep beoordeeld en concludeert dat de rechtbank terecht en op goede gronden heeft geoordeeld. De motivering van de rechtbank wordt overgenomen.
Er zijn geen nieuwe vragen die van belang zijn voor rechtseenheid, rechtsontwikkeling of rechtsbescherming, zodat verdere motivering niet nodig is. De Afdeling ziet ook geen reden om ambtshalve de bewaring onrechtmatig te achten.
De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd, het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bewaring van de vreemdeling wordt bevestigd.