ECLI:NL:RVS:2025:1035
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- B.P. Vermeulen
- M.C. Stoové
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete voor off-label voorschrijven ivermectine bij COVID-19
De minister van Volksgezondheid legde aan appellante een boete van €3.000 op wegens het zeventien keer off-label voorschrijven van ivermectine voor COVID-19 in de periode van september tot november 2021. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat artikel 68, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet voldoende duidelijk is en dat appellante dit artikel heeft overtreden. Er bestonden geen permissieve protocollen of standaarden voor het off-label voorschrijven van ivermectine; integendeel, Nederlandse beroepsgroepen raadden dit af. Buitenlandse protocollen waren niet relevant. Ook het overleg met de apotheker bood geen vrijstelling.
Hoewel de overtreding vaststaat, matigde de Afdeling de boete vanwege de uitzonderlijke omstandigheden van de coronapandemie, de professionele intenties van appellante en de onzekerheid in die periode. De boete werd gehalveerd tot €1.500. Verder oordeelde de Afdeling dat er geen sprake was van vooringenomenheid door de minister of Inspectie en dat het Algemeen Interventiebeleid adequaat was toegepast. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: De boete wegens off-label voorschrijven ivermectine wordt gematigd van €3.000 naar €1.500.