ECLI:NL:RVS:2025:1021
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van CO2-uitstootregistratie bij RDW en toepassing Europese regelgeving
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de door de RDW geregistreerde CO2-uitstoot van haar uit Duitsland geïmporteerde voertuig, omdat deze volgens haar onjuist is vastgesteld met de Scandinavische rekenmethode in plaats van de Europese NEDC2-correlatiemethode. De RDW wees het verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de RDW ten onrechte de Scandinavische rekenmethode toepaste, terwijl de Europese Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1153 voorschrijft dat bij bekende WLTP-waarde de CO2-uitstoot moet worden berekend met de NEDC2-correlatiemethode. De RDW had deze waarde moeten berekenen of navraag moeten doen bij Duitse autoriteiten.
De Afdeling vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beveelt de RDW binnen twaalf weken een nieuw besluit te nemen conform de juiste methode. Tevens wordt de RDW veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellante.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van de RDW vernietigd en de RDW wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen volgens de NEDC2-correlatiemethode.