ECLI:NL:RVS:2025:1001
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B. Blomberg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag door onduidelijke loonbetalingen
De minister legde aan appellante een boete van €9.000 op wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml), omdat zij niet alle gevraagde loon- en vakantiebijslaggegevens kon verstrekken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de boete terecht was opgelegd vanwege ontbrekende betaalbewijzen en onduidelijkheid over vakantiebijslag bij uitdiensttreding. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de onduidelijkheid mede veroorzaakt werd door de werknemer, diens advocaat en een chaotische situatie binnen het bedrijf.
De Raad van State overwoog dat artikel 18b, tweede lid, Wml geen opzet vereist en dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij alles redelijkerwijs mogelijke heeft gedaan om de overtreding te voorkomen. De chaotische situatie en het arbeidsconflict doen niet af aan de verantwoordelijkheid van appellante om aan de wettelijke verplichtingen te voldoen.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de boete bevestigd. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: De boete van €9.000 wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wml wordt bevestigd.