ECLI:NL:RVS:2024:937
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J. Schipper-Spanninga
- M.M. Kaajan
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bestuurlijke boete voor overtredingen Arbeidsomstandighedenbesluit bij asbestsanering
De minister legde aan [appellante], een bedrijf gespecialiseerd in asbestsanering, een bestuurlijke boete van €10.800,- op wegens vier overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit tijdens een project op 15 november 2019. [appellante] stelde arbeidskrachten ter beschikking aan [bedrijf] via een overeenkomst waarin [appellante] als uitlener en [bedrijf] als inlener werd aangeduid. De Arbeidsinspectie constateerde overtredingen van meerdere artikelen.
De rechtbank oordeelde dat bepalend is wie feitelijk het gezag uitoefende over de werknemers op het moment van de overtredingen. Uit verklaringen van betrokkenen bleek dat [appellante] het gezag had en dat [bedrijf] geen feitelijk toezicht hield. [appellante] voerde in hoger beroep aan dat het gezag bij [bedrijf] lag, onder meer op grond van de inleenovereenkomst, het werkplan en een certificerende instelling, maar slaagde hier niet in.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat [appellante] als werkgever moet worden aangemerkt en dat de boete terecht is opgelegd. Ook de matigingsverzoeken werden afgewezen omdat [appellante] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij minder verwijtbaar handelde of dat [bedrijf] mede-werkgever was. De uitspraak benadrukt het belang van feitelijke gezagsuitoefening boven contractuele afspraken bij de beoordeling van werkgeverschap in arbeidsomstandighedenzaken.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €10.800,- wordt bevestigd omdat [appellante] feitelijk werkgever was en de boete terecht is opgelegd.